(Daniel Picard)
Pendu à plus haute branche
Parmi les fruits du marronnier
On dirait que tu te balances
Je t'aperçois et je perds pied
Hangend aan de allerhoogste tak
Tussen de kastanjes
Zou men zeggen dat heen en weer schommelt
Ik zie je en raak van mijn stuk
Même si plus rien n'a d'importance
As-tu au moins trouvé le clé
Qui nous redone notre enfance
Et nos fous rires d'écoliers
Zelfs als niets meer belangrijk is
Heb je in ieder geval de sleutel gevonden
Die ons onze jeugd teruggeeft
En de slappe lach uit onze schooltijd
Cette nuit
C'est le vent d'automne
Qui te bercera
Laisse-le
À l'abri des hommes
Te bercer près de moi
Vannacht,
zal het de herfstwind zijn
Die je zal wiegen
Laat hem je,
beschermd tegen de mensen,
wiegen vlak bij mij
Il y aura bien sûr un malaise
Comme une brève hesitation
Au moment de placer les chaises
Pour le repas du réveillon
Er zullen zeker ongemakkelijke momenten zijn
Zoals een korte aarzeling
Als we de stoelen neerzetten
Voor het diner op kerstavond
Tu vivras dans tous nos silences
Au hazard des conversations
J'apprivoiserai ton absence
Mais je ne dirai plus ton nom
Jij zal doorleven in al onze stiltes
En terloops in onze gesprekken
Ik zal wennen aan je afwezigheid
Maar ik zal je naam niet meer zeggen
Cette nuit
C'est le vent d'automne
Qui te bercera
Laisse-le
À l'abri des hommes
Te bercer près de moi
Vannacht,
zal het de herfstwind zijn
Die je zal wiegen
Laat hem je,
beschermd tegen de mensen,
wiegen vlak bij mij
Pendu à la plus haute branche
Un jour je te pardonnerai
Dis au Bon Dieu que c'est dimanche
Et qu'il peut venir te chercher
Hangend aan de allerhoogste tak
Zal ik je op een dag vergeven
En de goede Heer vertellen dat het zondag is
En dat hij je mag komen halen
