|
(Jean-Jacques Goldman)
On ne change pas On met juste les costumes d'autres sur soi On ne change pas Une veste ne cache qu'un peu de ce qu'on voit On ne grandit pas On pousse un peu, tout juste Le temps d'un rêve, d'un songe Et les toucher du doigt
Mais on n'oublie pas L'enfant qui reste, presque nu Les instants d'innocence Quand on ne savait pas
On ne change pas On attrape des airs et des poses de combat On ne change pas On se donne le change, on croit Que l'on fait des choix Mais si tu grattes là Tout près de l'apparence tremble Un petit qui nous ressemble On sait bien qu'il est là On l'entend parfois Sa rengaine insolente Qui s'entête et qui répète Oh ne me quitte pas
On n'oublie jamais On a toujours un geste Qqui trahit qui l'on est Un prince, un valet Sous la couronne un regard Une arrogance, un trait D'un prince ou d'un valet Je sais tellement ça J'ai copié des images Et des rêves que j'avais Tous ces milliers de rêves Mais si près de moi Une petite fille maigre Marche à Charlemagne, inquiète Et me parle tout bas
On ne change pas, on met juste Les costumes d'autres et voilà On ne change pas, on ne cache Qu'un instant de soi
Une petite fille Ingrate et solitaire marche Et rêve dans les neiges En oubliant le froid
Si je la maquille Elle disparaît un peu, Le temps de me regarder faire Et se moquer de moi
Une petite fille Une toute petite fille |
We veranderen niet We trekken slechts pakken van anderen aan We veranderen niet Een jas verbergt slechts een van wat we zien We groeien niet We duwen een beetje , heel precies De tijden van een droom, een kleine droom We kunnen hem raken met de vinger
Maar we vergeten niet Het kind dat blijft, bijna bloot De momenten van onschuld Wanner we het niet wisten
We veranderen niet We nemen houdingen en gevechtsstanden aan We veranderen niet We geven onszelf de kans, en denken Dat we keuzes maken Maar als je daar schraapt, Dicht bij de verschijning trilt Een kleintje die op ons lijkt We weten heel goed dat ie er is We horen haar soms, haar onbeschaamde dreun Die halstarrig vasthoudt en die herhaald Mij, niet verlaat
We vergeten nooit We hebben altijd een beweging Die verraad wie we zijn Een prins, een knecht Onder de kroon een blik Een arogante, een karaktertrek Van een prins of een knecht Ik weet dat zodanig Ik heb de beelden En dromen die ik had gekopiërd Al die duizende dromen Een klein mager meisje Loopt onrustig in Charlemange En praat zacht tegen mij
We veranderen niet We trekken slechts pakken van anderen aan, en zie daar We veranderen niet We verbergen slechts een moment van onszelf
Een klein meisje Onaantrekkelijk en eenzaam loopt en droomt in de sneeuw de kou vergetend
Als ik die onherkenbaar maak Verdwijnt ze een beetje De tijd kijkt naar mijn doen en spot met mij
Een klein meisje een heel klein meisje |
|