|
(Jean-Jacques Goldman)
En attendant ses pas, je mets la musique en sourdine, tout bas Trop bête, on ne sait pas, s'il sonnait Si je n'entendais pas cette fois En attendant ses pas ce matin-là
Un soir, un matin, un hiver, une aube Un printemps qu'il choisira Rien, je n'en sais rien, je mets des lumières Les nuits au bord des chemins
En attendant ses bras je peins des fleurs aux portes Il aimera ça En attendant le doux temps de ses bras Et je prends soin de moi, rouge à mes lèvres, à mes joues Pour qu'il ne voit pas Quand trop pâle parfois, ne surtout pas Qu'il me surprenne comme ça
Il y a de l'eau fraîche et du vin Je ne sais pas ce qu'il choisira Je ne sais s'il est blond, s'il est brun Je ne sais s'il est grand ou pas Mais en entendant sa voix je saurai Que tous ses mots, tous seront pour moi En attendant le doux temps de ses bras
J'y pense tout le temps à cet instant, oh quand on se reconnaîtra Je lui dirai c'était bien long, non, je ne lui dirai sûrement pas En attendant ses pas, je vis, je rêve et je respire pour ça En attendant juste un sens à tout ça
Un soir, un matin, un hiver, une aube Un printemps qu'il choisira Rien, je n'en sais rien, je mets des lumières Les nuits au bord des chemins
En attendant ses bras je peins des fleurs aux portes Il aimera ça En attendant juste un sens à tout ça, à tout ça
In afwachting op zijn stappen, zet ik de muziek zacht, heel zacht Te stom ik weet niet of hij belt Of ik het deze keer niet hoorde In afwachting op zijn stappen die bewuste morgen
Een avond, een morgen, een winter, en dagenraad Een lente die hij zal kiezen Niets, ik weet e niets van af, ik doe de lichtjes aan De nachten langs de wegen
In afwachting op zijn armen, schilder ik bloemen op de deuren Hij zal daarvan houden In afwachting op de zachte tijden van zijn armen Ik zorg voor mezelf, lippenstift op mijn lippen, rouge op mijn wangen Opdat hij het niet ziet, soms toch te bleek, vooral niet Dat hij mij verast
Er is vers water en wijn Ik weet niet wat hij gaat kiezen Ik weet niet of hij blond of donker is Ik weet niet of hij groot is of niet Maar als ik zijn stem hoor zal ik het weten Dat al zijn woorden allemaal voor mij zullen zijn In afwachting op de zachten tijden van zijn armen
Ik denk de hele tijd aan dit moment, oh, waneer we elkaar zullen herken Zal ik hem zeggen dat het lang duurde, nee, ik zal het hem zeker niet zeggen In afwachting op zijn stapen leef ik, droom en adem ik daarvoor
Een avond, een morgen, een winter, en dagenraad Een lente die hij zal kiezen Niets, ik weet e niets van af, ik doe de lichtjes aan De nachten langs de wegen
In afwachting op zijn armen, schilder ik bloemen op de deuren Hij zal daarvan houden In afwachting op slechts het gevoel voor dat alles
|