|
De hele avond had Thérèse , Céline's moeder, al met een melodie
in haar hoofd gezeten. Op een avond toen de kinderen al in bed lagen en het huis
netjes opgeruimd was, ging ze met haar sigaretten, een potlood en gelinieerd
papier aan de keukentafel zitten.
Ze neuriede de melodie en de woorden kwamen
als vanzelf.
"Dans un grand jardin enchanté Tout à coup je me suis rétrouvée
Une harpe, des violons jouaient.'' Ze was erg gelukkig toen ze
naar bed ging die nacht, ze had iets gevonden wat ze mooi vond. Maar toen ze
volgende ochtend beneden kwam en het opnieuw las, was ze helemaal niet tevreden
met wat ze geschreven had. Ze begon opnieuw aan haar lied te werken, tot 's
middags haar zoon Jacques thuiskwam. Thérèse vertelde hem wat
het probleem was, en vertelde hem dat hij de muziek maar moest schrijven. Na
enig tegensputteren van Jacques ("Maar mama, ik heb nog nooit
een lied geschreven") ging hij aan het werk. Enkele uren later had hij iets,
maar er miste nog steeds iets in het refrein. Céline, die bezig was met de
afwas, luisterde ernaar en trok haar neus op. "Vind jij dan maar eens iets
beters, als jij het zo goed weet." Zei Thérèse tegen Céline. Een kwartier later
kwam Céline vertellen dat ze iets gevonden had. Ze had het missende stuk tussen
de coupletten en de refreinen gevonden. De volgende dag namen ze het lied, '
Ce N'était Qu'un Rêve ' op in de keuken terwijl Jacques Céline
begeleidde op zijn gitaar.
Toentertijd had Céline al een manager, Paul Lévesque . In de
zomer van 1980 had hij Céline horen zingen op de ' Repentigny Golf Club
'. Hij was stomverbaasd geweest. Het gevoel dat deze twaalfjarige al in
haar liedjes wist te leggen was ongelooflijk. Ze kreeg het publiek op haar hand
alsof ze nooit anders gedaan had. Op 5 december 1980 tekende Céline een
vijfjarig contract met het management van Paul Lévesque. Maar vanaf het begin
waren er grote culturele verschillen tussen de Dions en Lévesque. Hij was
stomverbaasd om te zien hoe de Dions leefden. Ze gingen ontzettend laat naar
bed, zelfs Céline. Céline miste school en niemand in de familie leek zich daar
iets van aan te trekken. Lévesque wist dat een eventuele carrière van Céline
school niet in de weg mocht staan, dat was zo in de wet vastgelegd. Hij wilde
niet op voorhand al problemen, en besloot Céline's ouders een brief te sturen
waarin stond dat ze moesten zorgen dat Céline op school verscheen. Dit
verslechterde de relatie tussen de beide partijen nog meer.
Lévesque had demo's laten maken van ' Ce N'était Qu'un Rêve
', ' Chante-La Ta Chanson ' en van '
Grand-Maman ' waarvan de laatste ook door Thérèse was
geschreven. De demo's waren geproduceerd door Georges Tremblay
en opgenomen in de Pélo Studio in Longueuil , een
voorstad van Montréal. Lévesque wist de demo's echter niet aan de man te brengen
bij de productie maatschappijen. Lévesque wist maar niet in welke categorie hij
Céline moest indelen. Hij had geen idee van wat hij Céline moest laten zingen.
In de winter van 1980 besloot Lévesque, op aandringen van Thérèse, contact te
zoeken met René Angélil , de bekendste manager van Quebec; de
manager van Céline's idool Ginette Reno . Lévesque stuurde hem
de demo's maar Angélil kwam nooit met een antwoord.
|