(Sylvain Lebel)
Tant de temps
Au cadran de l’absence
Tant de temps
Déluge de silence
Tout à coup
La nuit tombe sur nous
Zoveel tijd
Op de wijzerplaat van de afwezigheid
Zoveel tijd
Stortvloed van stilte
Plotseling
Valt de nacht over ons
Tant de temps
Comme une marée noire
Qui s’étend
Sur l’eau de ma mémoire
Sous la proue
D’un amour qui s’échoue
Zoveel tijd
Als een olievlek
Die zich uitbreidt
Op het water van mijn geheugen
Onder de boeg
Van een liefde die strandt
Oh ma vie,
Pourquoi suis-je tombé de haut
Sur le banc des gens normaux
Dans mes mains
Y’a plus rien
Que du pain pour les oiseaux
O, mijn leven,
Waarom ben ik van zo hoog gevallen
Op het bankje van de gewone mensen
In mijn handen
Heb ik alleen nog maar
Brood voor de vogels
Tant de temps
À respirer tes lettres
Ces instants
Qui ne peuvent pas renaître
Dans nos yeux
Qui ne croient plus en nous deux
Zoveel tijd
Om je brieven in me op te nemen
Deze momenten
Die niet opnieuw kunnen ontstaan
In onze ogen
Die niet meer in ons samen geloven
Tant de temps
Qui me ronge les ongles
Jusqu’au sang
À blanchir ton ombre
J’ai si peur
Des fantômes du bonheur
Zoveel tijd
Die op mijn nagels bijt
Tot bloedens toe
Tot je schaduw verbleekt
Ik ben zo bang
Voor de spoken van het geluk
Toutes ces nuits
À survivre loin de toi
Dans le vide de tes bras
Accroché à l’amour
Sous l’avalanche des jours
Al deze nachten
Die ik ver van jou doorbreng
In de leegte van je armen
Vastgeklampt aan de liefde
Onder de lawine van de dagen
Tant de temps
Au cadran de l’absence
Lancinant
Roulement de silence
Tout à coup
L’oubli tombe sur nous
L’oubli tombe sur nous
Zoveel tijd
Op de wijzerplaat van de afwezigheid
Kwellend
Lawaai van de stilte
Plotseling
Valt de vergetelheid over ons
Valt de vergetelheid over ons